zaterdag 3 januari 2009
Cuba in een notendop
(8-10 dec) Cuba; Havana
We komen pas rond 23.00 uur in Havana aan. De taxi zet ons af bij de casa dat we al maanden geleden gereserveerd hebben, maar niet eerder dan dat we door twee politieladas zijn aangehouden omdat we tegen het verkeer inrijden. Welkom in Cuba. Bij aankomst blijkt de eigenaar, Luis, problemen met de badkamer te hebben (met andere woorden, hij is overboekt), maar hij heeft iets anders geregeld een paar straten verderop. We slapen in een mooi koloniaal huis met een comfortabele kamer met 2 grote bedden. De volgende dag gaan we alsnog naar het huis van Luis. Nou ja eerder een soort museum uit de jaren 20. De salon is nog precies zoals zijn voorvaderen hebben achtergelaten, compleet met nog werkende grammafoonspeler incl 75 toeren plaat. Hij is er trots op.
Onze eerste prio is Cubaanse peso's halen bij een bank, want die trek je hier niet zomaar uit de muur. We lopen door het centrum naar Habana vieja (het oude Havana). Indrukwekkend, die mooie koloniale gebouwen die totaal verpauperd zijn, maar waar nog steeds hele families opelkaar wonen. Triest aan de ene kant, maar ook fascinerend. Als je de stad door je wimpers bekijkt, zie je nog hoe de stad leefde in de jaren 20 tot 50, met de Amerikaanse maffia die hier de scepter zwaaide, overkwamen met hun chevy's en de mooiste paleisjes en casinoś bouwden. Toen was Havana nog een Amerikaanse party stad. In de jaren 50 is daar een eind aangekomen toen Fidel de scepter ging zwaaien. Maar de paleisjes en chevy's zijn gebleven. Omdat Havana vieja op de werelderfgoedlijsit staat, wordt er gelukkig veel gerestaureerd met behulp van UNESCO geld. Zo is er 1 plein dat volledig gerestaureerd is met strakke gekleurde paleisjes. Wat een contrasten.
In de “kalverstraat” van Havana zien we enkele winkels met verouderde kleding en een supermarkt met veelal lege schappen. We eten een broodje bij een cafeetje en het smaakt nog lekker ook (dat hadden we niet verwacht!). Natuurlijk is er live Salsa muziek en direct reageert Carmen op dit tafereel met zang en dans. De volgende dag herhalen we de toer maar dan in een ander gedeelte van Havana Vieja. Ook bezoeken we voor het eerst een museum die de gehele revolutie van Cuba weergeeft inclusief de memorabele herrineringen uit die tijd, zoals de boot Granma waarmee Fidels en Che's intocht allemaal begon vanuit USA. Indrukwekkend en volledig. De verering van Che is groots in dit land, hier heeft Fidel persoonlijk voor gezorgd. We zullen dan ook niet afreizen zonder een afbeelding van Che.
(11 dec) Op naar de binnenlanden
's Morgens pakken we met veel goede moed de taxi om onze gereserveerde auto op te halen. Vanuit nederland gereserveerd bij Cubacar, verwezen naar een Diving Center (huh) komen we nu terecht bij Havanautos, die inderdaad onze bestelling herkent maar niet erkent. Hij heeft een kleine auto gereserveerd, maar niet klaar staan, terwijl wij toch echt een medium klasse hebben geboekt. Wat is dat toch met die verhuurbedrijven, tijdens deze reis is het niet een keer soepel gegaan. Je raakt er bijna aan gewend dat het niet helemaal is wat je verwacht. Anderhalf uur later dan gepland rijden we eindelijk in de wel oudste verhuurauto van Cuba. Een hyundai accent, automaat, met meer dan 100.000 km op de teller, volledig beschadigd aan alle kanten, stinkend naar benzine (vooral rijdend), en een volledig uitgewoonde interieur, die we wel na 1000 km zelf een beurt moeten laten geven bij een van de (weinige) afgifte punten in het land.
Ach ja dit is geen europa. Met bibberende knieen gaan we naar Vinales, hopend dat we Havana ooit uitkomen en de richting naar het westen van het land te pakken hebben. Uiteraard zijn er geen borden, en is een kompas welkom om erachter te komen welke richting je eigenlijk opgaat. Maar hier komt het navigatietalent van Marjon bovendrijven. Slechts 1 kilometer verkeerd gereden komen we bij de snelweg aan. De snelweg is leeg, geen verlichting, weinig borden, en wij moeten 150 km verder komen met onze barrel. Leon voelt zich niet op zijn gemak. De doemdenker denkt er alleen maar aan dat als we pech hebben, hoe in godsnaam komen we dan verder.... Eindelijk hebben de afrit naar Vinales gevonden worden we direct staande gehouden door de politie. We waren op de hoogte van de controles die plaats kunnen vinden, maar je weet het nooit. Het blijft wel Cuba. Nadat we onze visum, paspoort, rijbewijs en de autopapieren hebben laten zien wordt het ons duidelijk waarom we stilstaan: niet gestopt voor het voorrangsbord. (Er rijdt geen kip in het land, maar je dient de verkeersregels wel te respecteren) Leon begrijpt het niet of de auto inleveren of 30 pesos betalen. Maar het eindigt bij een berisping. De toon is gezet.
(12-14 dec) Vinales
Vinales is een leuk dorp midden in de mogotes (effe wikipedia bezoeken), tabaksplantages, mango, ananas, bonenvelden, etc. Supermooi en dus gaan we ter paard effe een tochtje doen van vijf uur. Carmen bij de verhuurder op het paard, Leon voor het eerst op een paard en Marjon heeft in het verleden drie lesjes gehad in het Amsterdamse bos. Zo rijden we door de velden waar de akkers nog geploegd worden door twee ossen, de mensen in houten huisjes wonen, de paden onbegaanbaar zijn, en leren we wat bij over wat aan welke boom groeit. Als klap op de vuurpijl bezoeken we een minigrotje met een zwembad (in het donker zwemmen, onder de vleermuizen, wie wil dat niet), en worden we professioneel 20 euro afhandig gemaakt voor 10 “top”sigaren door een vriendje van de paardenjongen. Ach je bent toerist of je bent het niet. Maar Carmen heeft het super gevonden, samen met de verhuurder moedigt ze de paarden aan met “Caballo” om ze een beetje in gang te houden, zingt ze samen liedjes en af en toe gallopeert ze en lacht ze ons toe als onze paarden in gallop raken en haar papa en mama wel heel verschrikt en pijnlijk kijken, maar blij zijn als we het slakkegangetje weer te pakken hebben. Vijf uur later blijken de o-benen van Leon afgekeurd te zijn om paard te rijden. Met een verschrikkelijke pijn in zijn kont en benen gaan we terug naar onze casa.
Het hele dorp is eigenlijk een grote casa particular. Een paar straten met allemaal dezelfde huisjes met een veranda ervoor met 2 schommelstoelen en bijna allemaal verhuren ze 1 of 2 kamers. Door de kleur van het huisje zijn ze toch te onderscheiden. In de tuintjes scharrelen wat varkens en kippen. Wij hebben weer een leuk adresje gevonden met grote schone kamer dat uitkomt op de patio en met giga dakterras wat uitkijkt op de mojotes. Er hangt een leuke sfeer van ons kent ons. Carmen speelt de ene dag bij haar vriendinnetje op de hoek en de andere bij het meisje aan de overkant. En wij schommelen op de veranda met een moijito of cuba libre in de hand. De volgende dag een ritje naar Cayo Jutius een verlaten eilandje die je kan bereiken door een dam. Op de terugweg een bezoekje met gids aan de grotten van San Tomas. Super spannend en totaal niet toeristisch gemaakt.
(14-17 dec) Een stukje verderop.....
Via een mooie kustweg rijden we weer richting Havana. We slapen in Soroa, een gehucht vlakbij las Terazzas wat we willen bezoeken. We slapen op het land van een familie met meerdere huisjes. Carmen heeft alweer een vriendje gevonden. Er valt hier niets te beleven, behalve de stilte van het platteland. Dat bevalt ons wel en daarom blijven we hier een paar nachten. Las Terazzas is een soort eco-park wat in de jaren 70 ontwikkeld is voor de toeristen en om de inwoners werk te geven. We bezoeken een oude koffieplantage en krijgen uitleg van de supervriendelijke bewaker, die meteen zijn priveleven uit de doeken doet (vreemd gaan is hier heel normaal). We lunchen bij een eco-restaurant waar we de lekkerste broodjes ooit eten. En we bezoeken de natuurlijke zwembaden. Jammergenoeg zijn er weinig toeristen te bekennen.
En natuurlijke kunnen we deze streek niet verlaten zonder een bezoekje aan een tabaksplantage. We gaan naar die van Robaina, de enige in Cuba waar een sigaar naar vernoemt is. Als toetje op de rondleiding zien we de beste man van in de 90 zelfs in zijn schommelstoel met sigaar. Hier worden alleen de tabaksbladeren gekweekt en gedroogd, waarna ze in havana tot sigaar worden gerold.
(17-21 dec) Cienfuegos
Het is weer een hele toer om via Havana de snelweg te vinden naar het oosten van Cuba. De snelwegen zijn vooral gevuld met Amerikaanse autoś uit de jaren 50 of eerder, lada's uit de tijd dat Fidel nog vriendjes was met Rusland, fietsen, paard en wagen, of mensen die wachten op een lift. Welke is nog onduidelijk want er rijden bijna geen bussen, soms een vrachtwagen die mensen meeneemt en een enkele toerist. Wij hebben afgesproken geen lifters mee te nemen, omdat je in de problemen kan komen. Toch voelen we ons schuldig en nemen af en toe een vrouw met kind of een oud mannetje mee.
Cienfuegos ligt aan een baai met een wijk in het uiterste puntje van de stad (la punta gorda), omringd door de zee. Daar willen we overnachten, maar na de beste adresjes uit de lonely planet en trotter te hebben bezocht, blijkt dit een populaire bestemming want alles zit vol. Dan komt een vrouwtje op ons af en biedt ons een kamer aan in het enige moderne huis van la punta. Op de 1e verdieping met rondom een terras met uitzicht over de zee aan de voor en achterkant. Het is dan wel geen mooi koloniaal pand, maar het voelt alsof we aan de cote d'azur zijn belandt. Helemaal super. Bovendien slapen we naast de drie zomerhuisjes van Fidel en dat voelt zeker bijzonder.
De Cubaanse keuken
Een ding vooraf: die zal nooit internationale allure krijgen. Wij eten regelmatig in de Casa Particulares, waar je elke avond kan kiezen tussen kip, varken, vis of langoest (kreeft). Standaard krijg je rijst en aardappels, en als je geluk hebt ook nog wat kool en tomaat als bijgerecht. Het lijkt wel of alle gerechten hetzelfde smaken ongeacht wat je besteld. Niet smakelijk, maar wel ok. Na 10 dagen wil je wel eens iets anders. Restaurants (staats- of prive) zijn over het algemeen vele malen slechter dan de Casas. En dan ben je ook nog veel duurder uit, wordt je in het algemeen bediend door ongemotiveerd personeel (iedereen in dit land verdiend evenveel), en is de keus niet anders dan bij de casas. Als je aankomt bij een Casa vertellen ze altijd dat ze de beste kok in dienst hebben, maar het niveau kan verschillen van echt slecht tot okay. Ook kan je pizza op straat bestellen voor 5 of 10 lokale pesos (20-40 eurocent), die zijn voor de afwisseling wel okay, vooral Carmen smult van deze pannekoek met kaas achtige pizza's. Toch is het ons gelukt om een paar uitzonderingen te ontdekken: zo eten we de beste sandwich in de bergen (Topes de Collantes), is restaurant Estela in Trinidad echt superlekker en verdient onze casa (Luis Miguel) in Havana een vermelding voor de lobster. Maar vooral Leon kijkt uit naar de terugkomst in Mokum, waar hij zijn vlees weer kan halen bij Hergo, de kaas bij Tromp en het brood bij van Schaik. Ook verkneukeld hij zich al op een copieus diner bij The College Hotel in Amsterdam. Eindelijk weer eten met smaak en volop keus. Wat een verwend jongetje is het toch....
(21-30 dec) Trinidad, Boca en omgeving
De laatste week zitten we vast in Trinidad. We wilden graag de auto wat langer huren, maar die flexibiliteit zat er niet in. De laatste twee dagen van onze autohuur vestigen wij ons in Boca, een klein verlaten kustplaatsje 10 km van Trinidad. Vanuit onze residence bezoeken wij Topes de Collantes en maken een helse wandeltocht naar een waterval en een natuurlijk zwemmeertje. De tocht is hels omdat het “very steep” dalen en stijgen is. En dat was nog maar 5 km. De beloning was super, want hier aten we voor het eerst een sandwich met smaak. Onze smaakpupillen hadden feest terwijl onze beenspieren hard toe waren aan een intense massage.
Nadat we de auto hebben ingeleverd nemen we intrek in onze ver van te voren geboekte casa Rogelio in Trinidad. Dit moet een populair adres zijn vanwege ligging, inrichting en grootte. De eerste indruk is goed, maar de vrouw des huizes commandeert haar personeel, schreeuwt de gehele dag en komt over als een bitch. Ook Rogelio is volgens ons hardhorend en is het zeer luidruchtig. De honden stinken en worden nooit uitgelaten zodat het ook muf ruikt. Het eten houdt niet over, het is het minste eetadresje tot nu toe. Een nadeel, alles zit vol in Trinidad, zodat we wel tot de 30e hier moeten blijven. Ach we maken er maar het beste van en schuiven aan bij het kerstdiner van de casa met een paar familieleden. Nog nooit zo een slechte kerst gevierd. Eerst waren we wel en dan weer niet welkom, zou Leon de drank regelen, maar later begrepen ze dat niet. Komt er familie langs die na een uur weer vertrekt, eet Rogelio niet mee want hij kan niet eten en drinken (Leon had hem een biertje gegeven). Echt vreemd, ongezellig en waardeloos eten. Dat gaan we volgend jaar anders doen.
Ook bezoeken we het strand Ancon door middel van de Cocotaxi, bezoeken we verschillende musea, gaan we met een busje naar de suikerplantages net buiten de stad, bezoeken we dagelijks onze standaardkroeg Cacharancha, slenteren we door de stad om het cubaanse leven op te snuiven en maken hier en daar wat binnenlandse en buitenlandse vrienden die we bezoeken, wat eten of drinken of onze ervaringen uitwisselen. En natuurlijk genieten we van de Cubaanse muziek, vooral als we weer een paar oude mannetjes ontdekken die ergens achter een deur of in een ruine muziek aan het maken zijn. Nu op naar Havana voor de thuisreis. Hasta manana.
We komen pas rond 23.00 uur in Havana aan. De taxi zet ons af bij de casa dat we al maanden geleden gereserveerd hebben, maar niet eerder dan dat we door twee politieladas zijn aangehouden omdat we tegen het verkeer inrijden. Welkom in Cuba. Bij aankomst blijkt de eigenaar, Luis, problemen met de badkamer te hebben (met andere woorden, hij is overboekt), maar hij heeft iets anders geregeld een paar straten verderop. We slapen in een mooi koloniaal huis met een comfortabele kamer met 2 grote bedden. De volgende dag gaan we alsnog naar het huis van Luis. Nou ja eerder een soort museum uit de jaren 20. De salon is nog precies zoals zijn voorvaderen hebben achtergelaten, compleet met nog werkende grammafoonspeler incl 75 toeren plaat. Hij is er trots op.
Onze eerste prio is Cubaanse peso's halen bij een bank, want die trek je hier niet zomaar uit de muur. We lopen door het centrum naar Habana vieja (het oude Havana). Indrukwekkend, die mooie koloniale gebouwen die totaal verpauperd zijn, maar waar nog steeds hele families opelkaar wonen. Triest aan de ene kant, maar ook fascinerend. Als je de stad door je wimpers bekijkt, zie je nog hoe de stad leefde in de jaren 20 tot 50, met de Amerikaanse maffia die hier de scepter zwaaide, overkwamen met hun chevy's en de mooiste paleisjes en casinoś bouwden. Toen was Havana nog een Amerikaanse party stad. In de jaren 50 is daar een eind aangekomen toen Fidel de scepter ging zwaaien. Maar de paleisjes en chevy's zijn gebleven. Omdat Havana vieja op de werelderfgoedlijsit staat, wordt er gelukkig veel gerestaureerd met behulp van UNESCO geld. Zo is er 1 plein dat volledig gerestaureerd is met strakke gekleurde paleisjes. Wat een contrasten.
In de “kalverstraat” van Havana zien we enkele winkels met verouderde kleding en een supermarkt met veelal lege schappen. We eten een broodje bij een cafeetje en het smaakt nog lekker ook (dat hadden we niet verwacht!). Natuurlijk is er live Salsa muziek en direct reageert Carmen op dit tafereel met zang en dans. De volgende dag herhalen we de toer maar dan in een ander gedeelte van Havana Vieja. Ook bezoeken we voor het eerst een museum die de gehele revolutie van Cuba weergeeft inclusief de memorabele herrineringen uit die tijd, zoals de boot Granma waarmee Fidels en Che's intocht allemaal begon vanuit USA. Indrukwekkend en volledig. De verering van Che is groots in dit land, hier heeft Fidel persoonlijk voor gezorgd. We zullen dan ook niet afreizen zonder een afbeelding van Che.
(11 dec) Op naar de binnenlanden
's Morgens pakken we met veel goede moed de taxi om onze gereserveerde auto op te halen. Vanuit nederland gereserveerd bij Cubacar, verwezen naar een Diving Center (huh) komen we nu terecht bij Havanautos, die inderdaad onze bestelling herkent maar niet erkent. Hij heeft een kleine auto gereserveerd, maar niet klaar staan, terwijl wij toch echt een medium klasse hebben geboekt. Wat is dat toch met die verhuurbedrijven, tijdens deze reis is het niet een keer soepel gegaan. Je raakt er bijna aan gewend dat het niet helemaal is wat je verwacht. Anderhalf uur later dan gepland rijden we eindelijk in de wel oudste verhuurauto van Cuba. Een hyundai accent, automaat, met meer dan 100.000 km op de teller, volledig beschadigd aan alle kanten, stinkend naar benzine (vooral rijdend), en een volledig uitgewoonde interieur, die we wel na 1000 km zelf een beurt moeten laten geven bij een van de (weinige) afgifte punten in het land.
Ach ja dit is geen europa. Met bibberende knieen gaan we naar Vinales, hopend dat we Havana ooit uitkomen en de richting naar het westen van het land te pakken hebben. Uiteraard zijn er geen borden, en is een kompas welkom om erachter te komen welke richting je eigenlijk opgaat. Maar hier komt het navigatietalent van Marjon bovendrijven. Slechts 1 kilometer verkeerd gereden komen we bij de snelweg aan. De snelweg is leeg, geen verlichting, weinig borden, en wij moeten 150 km verder komen met onze barrel. Leon voelt zich niet op zijn gemak. De doemdenker denkt er alleen maar aan dat als we pech hebben, hoe in godsnaam komen we dan verder.... Eindelijk hebben de afrit naar Vinales gevonden worden we direct staande gehouden door de politie. We waren op de hoogte van de controles die plaats kunnen vinden, maar je weet het nooit. Het blijft wel Cuba. Nadat we onze visum, paspoort, rijbewijs en de autopapieren hebben laten zien wordt het ons duidelijk waarom we stilstaan: niet gestopt voor het voorrangsbord. (Er rijdt geen kip in het land, maar je dient de verkeersregels wel te respecteren) Leon begrijpt het niet of de auto inleveren of 30 pesos betalen. Maar het eindigt bij een berisping. De toon is gezet.
(12-14 dec) Vinales
Vinales is een leuk dorp midden in de mogotes (effe wikipedia bezoeken), tabaksplantages, mango, ananas, bonenvelden, etc. Supermooi en dus gaan we ter paard effe een tochtje doen van vijf uur. Carmen bij de verhuurder op het paard, Leon voor het eerst op een paard en Marjon heeft in het verleden drie lesjes gehad in het Amsterdamse bos. Zo rijden we door de velden waar de akkers nog geploegd worden door twee ossen, de mensen in houten huisjes wonen, de paden onbegaanbaar zijn, en leren we wat bij over wat aan welke boom groeit. Als klap op de vuurpijl bezoeken we een minigrotje met een zwembad (in het donker zwemmen, onder de vleermuizen, wie wil dat niet), en worden we professioneel 20 euro afhandig gemaakt voor 10 “top”sigaren door een vriendje van de paardenjongen. Ach je bent toerist of je bent het niet. Maar Carmen heeft het super gevonden, samen met de verhuurder moedigt ze de paarden aan met “Caballo” om ze een beetje in gang te houden, zingt ze samen liedjes en af en toe gallopeert ze en lacht ze ons toe als onze paarden in gallop raken en haar papa en mama wel heel verschrikt en pijnlijk kijken, maar blij zijn als we het slakkegangetje weer te pakken hebben. Vijf uur later blijken de o-benen van Leon afgekeurd te zijn om paard te rijden. Met een verschrikkelijke pijn in zijn kont en benen gaan we terug naar onze casa.
Het hele dorp is eigenlijk een grote casa particular. Een paar straten met allemaal dezelfde huisjes met een veranda ervoor met 2 schommelstoelen en bijna allemaal verhuren ze 1 of 2 kamers. Door de kleur van het huisje zijn ze toch te onderscheiden. In de tuintjes scharrelen wat varkens en kippen. Wij hebben weer een leuk adresje gevonden met grote schone kamer dat uitkomt op de patio en met giga dakterras wat uitkijkt op de mojotes. Er hangt een leuke sfeer van ons kent ons. Carmen speelt de ene dag bij haar vriendinnetje op de hoek en de andere bij het meisje aan de overkant. En wij schommelen op de veranda met een moijito of cuba libre in de hand. De volgende dag een ritje naar Cayo Jutius een verlaten eilandje die je kan bereiken door een dam. Op de terugweg een bezoekje met gids aan de grotten van San Tomas. Super spannend en totaal niet toeristisch gemaakt.
(14-17 dec) Een stukje verderop.....
Via een mooie kustweg rijden we weer richting Havana. We slapen in Soroa, een gehucht vlakbij las Terazzas wat we willen bezoeken. We slapen op het land van een familie met meerdere huisjes. Carmen heeft alweer een vriendje gevonden. Er valt hier niets te beleven, behalve de stilte van het platteland. Dat bevalt ons wel en daarom blijven we hier een paar nachten. Las Terazzas is een soort eco-park wat in de jaren 70 ontwikkeld is voor de toeristen en om de inwoners werk te geven. We bezoeken een oude koffieplantage en krijgen uitleg van de supervriendelijke bewaker, die meteen zijn priveleven uit de doeken doet (vreemd gaan is hier heel normaal). We lunchen bij een eco-restaurant waar we de lekkerste broodjes ooit eten. En we bezoeken de natuurlijke zwembaden. Jammergenoeg zijn er weinig toeristen te bekennen.
En natuurlijke kunnen we deze streek niet verlaten zonder een bezoekje aan een tabaksplantage. We gaan naar die van Robaina, de enige in Cuba waar een sigaar naar vernoemt is. Als toetje op de rondleiding zien we de beste man van in de 90 zelfs in zijn schommelstoel met sigaar. Hier worden alleen de tabaksbladeren gekweekt en gedroogd, waarna ze in havana tot sigaar worden gerold.
(17-21 dec) Cienfuegos
Het is weer een hele toer om via Havana de snelweg te vinden naar het oosten van Cuba. De snelwegen zijn vooral gevuld met Amerikaanse autoś uit de jaren 50 of eerder, lada's uit de tijd dat Fidel nog vriendjes was met Rusland, fietsen, paard en wagen, of mensen die wachten op een lift. Welke is nog onduidelijk want er rijden bijna geen bussen, soms een vrachtwagen die mensen meeneemt en een enkele toerist. Wij hebben afgesproken geen lifters mee te nemen, omdat je in de problemen kan komen. Toch voelen we ons schuldig en nemen af en toe een vrouw met kind of een oud mannetje mee.
Cienfuegos ligt aan een baai met een wijk in het uiterste puntje van de stad (la punta gorda), omringd door de zee. Daar willen we overnachten, maar na de beste adresjes uit de lonely planet en trotter te hebben bezocht, blijkt dit een populaire bestemming want alles zit vol. Dan komt een vrouwtje op ons af en biedt ons een kamer aan in het enige moderne huis van la punta. Op de 1e verdieping met rondom een terras met uitzicht over de zee aan de voor en achterkant. Het is dan wel geen mooi koloniaal pand, maar het voelt alsof we aan de cote d'azur zijn belandt. Helemaal super. Bovendien slapen we naast de drie zomerhuisjes van Fidel en dat voelt zeker bijzonder.
De Cubaanse keuken
Een ding vooraf: die zal nooit internationale allure krijgen. Wij eten regelmatig in de Casa Particulares, waar je elke avond kan kiezen tussen kip, varken, vis of langoest (kreeft). Standaard krijg je rijst en aardappels, en als je geluk hebt ook nog wat kool en tomaat als bijgerecht. Het lijkt wel of alle gerechten hetzelfde smaken ongeacht wat je besteld. Niet smakelijk, maar wel ok. Na 10 dagen wil je wel eens iets anders. Restaurants (staats- of prive) zijn over het algemeen vele malen slechter dan de Casas. En dan ben je ook nog veel duurder uit, wordt je in het algemeen bediend door ongemotiveerd personeel (iedereen in dit land verdiend evenveel), en is de keus niet anders dan bij de casas. Als je aankomt bij een Casa vertellen ze altijd dat ze de beste kok in dienst hebben, maar het niveau kan verschillen van echt slecht tot okay. Ook kan je pizza op straat bestellen voor 5 of 10 lokale pesos (20-40 eurocent), die zijn voor de afwisseling wel okay, vooral Carmen smult van deze pannekoek met kaas achtige pizza's. Toch is het ons gelukt om een paar uitzonderingen te ontdekken: zo eten we de beste sandwich in de bergen (Topes de Collantes), is restaurant Estela in Trinidad echt superlekker en verdient onze casa (Luis Miguel) in Havana een vermelding voor de lobster. Maar vooral Leon kijkt uit naar de terugkomst in Mokum, waar hij zijn vlees weer kan halen bij Hergo, de kaas bij Tromp en het brood bij van Schaik. Ook verkneukeld hij zich al op een copieus diner bij The College Hotel in Amsterdam. Eindelijk weer eten met smaak en volop keus. Wat een verwend jongetje is het toch....
(21-30 dec) Trinidad, Boca en omgeving
De laatste week zitten we vast in Trinidad. We wilden graag de auto wat langer huren, maar die flexibiliteit zat er niet in. De laatste twee dagen van onze autohuur vestigen wij ons in Boca, een klein verlaten kustplaatsje 10 km van Trinidad. Vanuit onze residence bezoeken wij Topes de Collantes en maken een helse wandeltocht naar een waterval en een natuurlijk zwemmeertje. De tocht is hels omdat het “very steep” dalen en stijgen is. En dat was nog maar 5 km. De beloning was super, want hier aten we voor het eerst een sandwich met smaak. Onze smaakpupillen hadden feest terwijl onze beenspieren hard toe waren aan een intense massage.
Nadat we de auto hebben ingeleverd nemen we intrek in onze ver van te voren geboekte casa Rogelio in Trinidad. Dit moet een populair adres zijn vanwege ligging, inrichting en grootte. De eerste indruk is goed, maar de vrouw des huizes commandeert haar personeel, schreeuwt de gehele dag en komt over als een bitch. Ook Rogelio is volgens ons hardhorend en is het zeer luidruchtig. De honden stinken en worden nooit uitgelaten zodat het ook muf ruikt. Het eten houdt niet over, het is het minste eetadresje tot nu toe. Een nadeel, alles zit vol in Trinidad, zodat we wel tot de 30e hier moeten blijven. Ach we maken er maar het beste van en schuiven aan bij het kerstdiner van de casa met een paar familieleden. Nog nooit zo een slechte kerst gevierd. Eerst waren we wel en dan weer niet welkom, zou Leon de drank regelen, maar later begrepen ze dat niet. Komt er familie langs die na een uur weer vertrekt, eet Rogelio niet mee want hij kan niet eten en drinken (Leon had hem een biertje gegeven). Echt vreemd, ongezellig en waardeloos eten. Dat gaan we volgend jaar anders doen.
Ook bezoeken we het strand Ancon door middel van de Cocotaxi, bezoeken we verschillende musea, gaan we met een busje naar de suikerplantages net buiten de stad, bezoeken we dagelijks onze standaardkroeg Cacharancha, slenteren we door de stad om het cubaanse leven op te snuiven en maken hier en daar wat binnenlandse en buitenlandse vrienden die we bezoeken, wat eten of drinken of onze ervaringen uitwisselen. En natuurlijk genieten we van de Cubaanse muziek, vooral als we weer een paar oude mannetjes ontdekken die ergens achter een deur of in een ruine muziek aan het maken zijn. Nu op naar Havana voor de thuisreis. Hasta manana.
Labels:
Cienfuegos,
Cuba,
Soroa,
Terugreis Havana,
Trinidad,
Vinales
Abonneren op:
Posts (Atom)